Algemene bepalingen
Het IITh is geen geaccrediteerde opleiding maar biedt een programma aan dat is afgestemd op aankomend voorgangers, ouderlingen en andere werkers in migranten kerken, in het bijzonder van de Molukse kerkgemeenschappen.
De kwaliteit van het programma wordt geborgd door de Raad van Advies in samenspraak met het rectoraat. In de Raad van Advies zijn kerkbesturen vertegenwoordigd van betrokken geloofsgemeenschappen om de aansluiting op de behoeften van die gemeenschappen te borgen.
Het onderwijsprogramma en deze Onderwijs en Examen Regeling (OER) wordt vastgesteld door het bestuur van de Stichting IITh (hierna “het Bestuur”).
Toelatingseisen
Om deel te nemen aan het onderwijsprogramma is geen bepaalde vooropleiding nodig. Studenten worden geacht de opzet en inhoud van het programma te hebben gezien. Motivatie en het verlangen om zich te ontwikkelen en te verdiepen zijn belangrijker dan formele vooropleiding.
Voor deelname dienen studenten jaarlijks een inschrijfformulier in te dienen bij het Bestuur. Het collegegeld dient in principe voor aanvang van een studiejaar voldaan te worden, uitzonderingen zijn in overleg met het Bestuur mogelijk.
Bij aanvang van het studiejaar schrijft elke student een korte persoonlijke motivatie. Deze motivatie is
onderwerp van het eerste mentorgesprek.
Colleges en toetsing
Deelname aan colleges is verplicht. Wanneer een student meer dan twee colleges van een module mist, kan deze in principe niet succesvol worden afgesloten.
Elke module wordt afgesloten met een werkstuk of een praktijktoets. Een werkstuk dient binnen twee weken na afronding van de betreffende module te worden ingeleverd. Een praktijktoets dient zo kort mogelijk na afronding van de betreffende module te worden uitgevoerd, maar in ieder geval voor het einde van het betreffende studiejaar.
Werkstukken en praktijktoetsen wordt beoordeeld door de docent(en) van de betreffende module. In voorkomende gevallen kan de onderwijscoördinator de beoordeling doen. Wanneer een student het niet eens is met een beoordeling, treedt deze eerst in overleg met de betreffende docent. Als dit niet tot verheldering of overeenstemming leidt, wordt de kwestie voorgelegd aan de rector. In laatste instantie beslist het Bestuur.
Studievoortgang en mentoraat
De studiecoördinator maakt voor elke student een studentdossier aan waarin voor de opleiding relevante gegevens worden vastgelegd en waarin de studievoortgang wordt bijgehouden. De studiecoördinator is voor studenten het aanspreekpunt voor wat betreft de colleges, toetsen en vragen
over de opleiding.
Elke student voert drie keer per jaar een gesprek met een mentor van het IITh. Deze mentorgesprekken zijn vooral gericht op de motivatie en persoonlijke ontwikkeling van de student.
Bewijs van deelname en eindcertificaat
Na afloop van elk studiejaar ontvangen studenten een bewijs van deelname waarop de gevolgde vakken en behaalde toetsingsresultaten zijn vastgelegd. Studenten die het volledige programma (deelname en toetsing) succesvol hebben afgerond ontvangen een eindcertificaat.
Het eindcertificaat is voor de betrokken kerkgenootschappen een bewijs dat de student het programma succesvol heeft afgerond. Het kan ook worden gebruikt als onderdeel van een portfolio voor Erkenning Verworven Competenties (EVC).
Slotbepaling
In gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist het Bestuur.

